Vertaling van getroffen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
getroffen {bn.}
getroffen {bn.}
getroffen {bn.}
getroffen {bn.}
aangrijpen, treffen, aandoen, frapperen {ww.}
aangrijpen
treffen
aandoen
frapperen {ww.}

ik heb aangedaan
jij hebt aangedaan
hij/zij/het heeft aangedaan

ik heb aangegrepen
jij hebt aangegrepen
hij/zij/het heeft aangegrepen
» meer vervoegingen van aangrijpen

ontmoeten, treffen, tegenkomen, tegemoet treden, aantreffen {ww.}
ontmoeten
treffen
tegenkomen
tegemoet treden
aantreffen {ww.}

ik heb aangetroffen
jij hebt aangetroffen
hij/zij/het heeft aangetroffen

ik heb ontmoet
jij hebt ontmoet
hij/zij/het heeft ontmoet
» meer vervoegingen van ontmoeten

Ik wil Tom graag ontmoeten.
Ik wil Tom graag ontmoeten.
Een persoon genaamd Itoh wil jou ontmoeten.
Een persoon genaamd Itoh wil jou ontmoeten.
halen, raken, treffen, teisteren, inslaan {ww.}
halen
raken
treffen
teisteren
inslaan {ww.}

ik heb gehaald
jij hebt gehaald
hij/zij/het heeft gehaald

ik heb gehaald
jij hebt gehaald
hij/zij/het heeft gehaald
» meer vervoegingen van halen

Mijn ideeën raken op.
Mijn ideeën raken op.
Ga Tom halen.
Ga Tom halen.
raken, aangrijpen, aandoen, treffen {ww.}
raken
aangrijpen
aandoen
treffen {ww.}

ik heb aangedaan
jij hebt aangedaan
hij/zij/het heeft aangedaan

ik heb geraakt
jij hebt geraakt
hij/zij/het heeft geraakt
» meer vervoegingen van raken

Wat kan ik kwijt raken?
Wat kan ik kwijt raken?
Tom probeerde niet in paniek te raken.
Tom probeerde niet in paniek te raken.
vinden, aantreffen, treffen, bevinden {ww.}
vinden
aantreffen
treffen
bevinden {ww.}

ik heb aangetroffen
jij hebt aangetroffen
hij/zij/het heeft aangetroffen

ik heb gevonden
jij hebt gevonden
hij/zij/het heeft gevonden
» meer vervoegingen van vinden

Kan je het vinden?
Kan je het vinden?
Ik moet het vinden.
Ik moet het vinden.
aangedaan, geëmotioneerd, geroerd, getroffen, geraakt, bewogen {bn.}
aangedaan
geëmotioneerd
geroerd
getroffen
geraakt
bewogen {bn.}