Vertaling van klop

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
slag [m], klap, veeg, tik, klop, klets {zn.}
slag [m]
klap
veeg
tik
klop
klets {zn.}
Als je het geel verft, sla je twee vliegen in één klap: én het valt goed op, én je bespaart geld omdat je verf kunt gebruiken die je al in huis hebt.
Als je het geel verft, sla je twee vliegen in één klap: én het valt goed op, én je bespaart geld omdat je verf kunt gebruiken die je al in huis hebt.
Ze zijn eindelijk begonnen die weg opnieuw te asfalteren. Het werd ook tijd, zeg! Je kon er alleen nog zigzaggend fietsen als je geen slag in je wiel wilde krijgen van…
Ze zijn eindelijk begonnen die weg opnieuw te asfalteren. Het werd ook tijd, zeg! Je kon er alleen nog zigzaggend fietsen als je geen slag in je wiel wilde krijgen van…
klop [m] (de ~) {zn.}
klop [m] (de ~) {zn.}
kloppen, tot een overeenkomst komen, het eens worden, stroken, rijmen, overeenstemmen, bijeenpassen, accorderen {ww.}
kloppen
tot een overeenkomst komen
het eens worden
stroken
rijmen
overeenstemmen
bijeenpassen
accorderen {ww.}

ik accordeer
jij accordeert
hij/zij/het accordeert

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt
» meer vervoegingen van kloppen

Ik heb een oplossing gevonden, maar ik had ze zo snel, dat ze niet kan kloppen.
Ik heb een oplossing gevonden, maar ik had ze zo snel, dat ze niet kan kloppen.
instemmen, kloppen, ondersteunen, aansluiten, rijmen, bijeenpassen, stroken, samengaan, overeenstemmen, het eens zijn, onderschrijven, schragen, bijvallen, accorderen {ww.}
instemmen
kloppen
ondersteunen
aansluiten
rijmen
bijeenpassen
stroken
samengaan
overeenstemmen
het eens zijn
onderschrijven
schragen
bijvallen
accorderen {ww.}

ik sluit aan
jij sluit aan
hij/zij/het sluit aan

ik stem in
jij stemt in
hij/zij/het stemt in
» meer vervoegingen van instemmen

De mensen op kantoor zullen nooit instemmen.
De mensen op kantoor zullen nooit instemmen.
Ik zou me graag bij jullie groep aansluiten.
Ik zou me graag bij jullie groep aansluiten.
slaan, kloppen, meppen, klappen, houwen {ww.}
slaan
kloppen
meppen
klappen
houwen {ww.}

ik houw
jij houwt
hij/zij/het houwt

ik sla
jij slaat
hij/zij/het slaat
» meer vervoegingen van slaan

Het was niet mijn bedoeling hem te slaan.
Het was niet mijn bedoeling hem te slaan.
Ik vind het eigenlijk leuk om je te slaan.
Ik vind het eigenlijk leuk om je te slaan.
slaan, opvallen, kloppen, klappen {ww.}
slaan
opvallen
kloppen
klappen {ww.}

ik klap
jij klapt
hij/zij/het klapt

ik sla
jij slaat
hij/zij/het slaat
» meer vervoegingen van slaan

Ik heb mijn oranje sjaal en witte schort zeer helder gemaakt, zodat het mensen gelijk zou opvallen.
Ik heb mijn oranje sjaal en witte schort zeer helder gemaakt, zodat het mensen gelijk zou opvallen.
kloppen, percuteren {ww.}
kloppen
percuteren {ww.}

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt
» meer vervoegingen van kloppen

kloppen, bijeenpassen, rijmen, accorderen, stroken, overeenstemmen, samengaan, het eens zijn, goedkeuren, sanctioneren, goedvinden, fiatteren {ww.}
kloppen
bijeenpassen
rijmen
accorderen
stroken
overeenstemmen
samengaan
het eens zijn
goedkeuren
sanctioneren
goedvinden
fiatteren {ww.}

ik accordeer
jij accordeert
hij/zij/het accordeert

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt
» meer vervoegingen van kloppen

kloppen {ww.}
kloppen {ww.}

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt
» meer vervoegingen van kloppen

kloppen, uitkloppen, uitslaan {ww.}
kloppen
uitkloppen
uitslaan {ww.}

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt
» meer vervoegingen van kloppen

juist zijn, kloppen {ww.}
juist zijn
kloppen {ww.}

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt
» meer vervoegingen van kloppen

kloppen, pulseren {ww.}
kloppen
pulseren {ww.}

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt

ik klop
jij klopt
hij/zij/het klopt
» meer vervoegingen van kloppen

overeenstemmen, het eens zijn, samengaan, accorderen, stroken, bijeenpassen, rijmen, kloppen {ww.}
overeenstemmen
het eens zijn
samengaan
accorderen
stroken
bijeenpassen
rijmen
kloppen {ww.}

ik accordeer
jij accordeert
hij/zij/het accordeert

ik stem overeen
jij stemt overeen
hij/zij/het stemt overeen
» meer vervoegingen van overeenstemmen