Vertaling van vlerken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
hand [m] (de ~), poten, fik [m] (de ~), poot [m] (de ~), tengel, vlerken, knijper, kluif, klavieren, klavier, klauwen, klauw [m] (de ~), tengels [m] (de ~), jat, fikken [m] (de ~) {zn.}
hand [m] (de ~)
poten
fik [m] (de ~)
poot [m] (de ~)
tengel
vlerken
knijper
kluif
klavieren
klavier
klauwen
klauw [m] (de ~)
tengels [m] (de ~)
jat
fikken [m] (de ~) {zn.}
Hij stak zijn eigen huis in de fik.
Hij stak zijn eigen huis in de fik.
Een tafel heeft vier poten.
Een tafel heeft vier poten.
vleugel [m] (de ~), vlerk [m] (de ~), wiek [m] (de ~) {zn.}
vleugel [m] (de ~)
vlerk [m] (de ~)
wiek [m] (de ~) {zn.}
De vogel had een gebroken vleugel.
De vogel had een gebroken vleugel.
aap, stouterd [m] (de ~), schobbejak [m] (de ~), schavuit [m] (de ~), vlerk [m] (de ~), blaag [m] (de ~), ondeugd [m] (de ~), dondersteen [m] (de ~), donderstraal, boef [m] (de ~), doerak [m] (de ~), bengel [m] (de ~), apenkop, apekop, stouterik [m] (de ~), lorejas, vlegel [m] (de ~), nietdeug, kapoen [m] (de ~), rakker [m] (de ~), schooier [m] (de ~), rekel [m] (de ~), belhamel [m] (de ~), deugniet [m] (de ~) {zn.}
aap
stouterd [m] (de ~)
schobbejak [m] (de ~)
schavuit [m] (de ~)
vlerk [m] (de ~)
blaag [m] (de ~)
ondeugd [m] (de ~)
dondersteen [m] (de ~)
donderstraal
boef [m] (de ~)
doerak [m] (de ~)
bengel [m] (de ~)
apenkop
apekop
stouterik [m] (de ~)
lorejas
vlegel [m] (de ~)
nietdeug
kapoen [m] (de ~)
rakker [m] (de ~)
schooier [m] (de ~)
rekel [m] (de ~)
belhamel [m] (de ~)
deugniet [m] (de ~) {zn.}
Hé, kijk, een driekoppige aap!
Hé, kijk, een driekoppige aap!
Een aap beklimt een hoge boom.
Een aap beklimt een hoge boom.


Gerelateerd aan vlerken

hand - poten - fik - poot - tengel - knijper - kluif - klavieren - klavier - klauwen - klauw - tengels - jat - fikken - vleugellichaamsdeel - ding - middenhand - handwortel - oog