Vertaling van presented

Inhoud:

Engels
Nederlands
to donate, to give, to grant, to present {ww.}
cadeau geven
schenken 

I presented
you presented
he/she/it presented

ik schonk
jij schonk
hij/zij/het schonk
» meer vervoegingen van schenken

to introduce, to present, to offer, to perform, to play, to reenact, to render, to depict, to represent, to constitute {ww.}
indienen
presenteren
vertonen
voorstellen
aanbieden 
spelen 

I presented
you presented
he/she/it presented

ik diende in
jij diende in
hij/zij/het diende in
» meer vervoegingen van indienen

to acquaint, to introduce, to present {ww.}
voorstellen
introduceren
presenteren
inleiden

I presented
you presented
he/she/it presented

ik stelde voor
jij stelde voor
hij/zij/het stelde voor
» meer vervoegingen van voorstellen

May I introduce myself?
Mag ik mij voorstellen?
I'll just introduce myself.
Ik zal me even voorstellen.
to demo, to demonstrate, to exhibit, to present, to show {ww.}
exposeren
tentoonstellen

I presented
you presented
he/she/it presented

ik exposeerde
jij exposeerde
hij/zij/het exposeerde
» meer vervoegingen van exposeren

to award, to present {ww.}
bekronen

I presented
you presented
he/she/it presented

ik bekroonde
jij bekroonde
hij/zij/het bekroonde
» meer vervoegingen van bekronen

to gift, to give, to present {ww.}
geven
schenken

I presented
you presented
he/she/it presented

ik gaf
jij gaf
hij/zij/het gaf
» meer vervoegingen van geven

I'm not sure whom I should give this present: to the girl or to the boy?
Ik weet niet zeker aan wie ik dit cadeau moet geven: aan het meisje of aan de jongen?
Cows give milk.
Koeien geven melk.
to gift, to give, to present {ww.}
gunnen

I presented
you presented
he/she/it presented

ik gunde
jij gunde
hij/zij/het gunde
» meer vervoegingen van gunnen

to present, to salute {ww.}
aanslaan
salueren

I presented
you presented
he/she/it presented

ik sloeg aan
jij sloeg aan
hij/zij/het sloeg aan
» meer vervoegingen van aanslaan

to present, to submit {ww.}
afstaan

I presented
you presented
he/she/it presented

ik stond af
jij stond af
hij/zij/het stond af
» meer vervoegingen van afstaan

to deliver, to present {ww.}
afsteken

I presented
you presented
he/she/it presented

ik stak af
jij stak af
hij/zij/het stak af
» meer vervoegingen van afsteken

to present, to represent, to stage {ww.}
opvoeren

I presented
you presented
he/she/it presented

ik voerde op
jij voerde op
hij/zij/het voerde op
» meer vervoegingen van opvoeren



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

The show presented modern art from Europe.

De voorstelling toonde moderne kunst uit Europa.

He had the honor of being presented to a great writer.

Hij had de eer voorgesteld te worden aan een groot schrijver.


Gerelateerd aan presented

donate - give - grant - present - introduce - offer - perform - play - reenact - render - depict - represent - constitute - acquaint - demoannounce - show - favor - cater - allow - gift - greet - give - perform