Betekenis van:
te doen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ik wil aangifte te doen.
  2. We hebben veel te doen.
  3. Ik heb te veel te doen.
  4. Ik heb veel dingen te doen.
  5. Er blijft nog veel te doen.
  6. Er blijft nog veel te doen.
  7. We moeten iets doen om te helpen.
  8. Probeer niet twee dingen tegelijk te doen.
  9. Ik besloot niet zoiets doms te doen.
  10. Vergeet niet het vuur uit te doen.
  11. Ik wist niet wat te doen.
  12. Ik heb veel dingen te doen.
  13. Tom heeft geen idee wat te doen.
  14. Ga iets anders vinden om te doen.
  15. Ik heb veel te doen vandaag.