Betekenis van:
butt

butt
Zelfstandig naamwoord
  • achterwerk; het achterste, de billen, van mens of dier; achterwerk; het achterste, de billen, van mens of dier; bips; billen; achterste; achterwerk; billen; achterste; billen; achterwerk
  • the fleshy part of the human body that you sit on
"he deserves a good kick in the butt"

Synoniemen

Hyperoniemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • in papier gerolde tabak als genotsmiddel; sigaret
  • finely ground tobacco wrapped in paper; for smoking

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • het dikke eind van een biljartkeu
  • sports equipment consisting of an object set up for a marksman or archer to aim at

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • scheikundig gerei gebruikt bij proeven
  • a large cask (especially one holding a volume equivalent to 2 hogsheads or 126 gallons)

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • doelwit bij het schieten
  • sports equipment consisting of an object set up for a marksman or archer to aim at

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • voorwerp van spot
  • a victim of ridicule or pranks

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • strohalm; zelfgedraaide sigaret
  • finely ground tobacco wrapped in paper; for smoking

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • handvat v.e. wapen
  • thick end of the handle

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde oosterse deegwaren
  • finely ground tobacco wrapped in paper; for smoking

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • geweerkolf
  • thick end of the handle

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • kogelvanger
  • the small unused part of something (especially the end of a cigarette that is left after smoking)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • pispaal, wrijfpaal
  • a victim of ridicule or pranks

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • stootvoeg
  • a joint made by fastening ends together without overlapping

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • stompje
  • the small unused part of something (especially the end of a cigarette that is left after smoking)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
  • zoolleer
  • thick end of the handle

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

butt
Zelfstandig naamwoord
    • the part of a plant from which the roots spring or the part of a stalk or trunk nearest the roots

    Hyperoniemen

    butt
    Zelfstandig naamwoord
    • stuitverbinding
    • a joint made by fastening ends together without overlapping

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    butt
    Zelfstandig naamwoord
    • fust
    • a large cask (especially one holding a volume equivalent to 2 hogsheads or 126 gallons)

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to butt
    Werkwoord
      • place end to end without overlapping
      "The frames must be butted at the joints"

      Hyperoniemen

      to butt
      Werkwoord
        • to strike, thrust or shove against
        "He butted his sister out of the way"
        "The goat butted the hiker with his horns"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to butt
        Werkwoord
          • lie adjacent to another or share a boundary

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen