Vertaling van laid up

Inhoud:

Engels
Nederlands
bed-ridden, confined to one's bed, laid up {bn.}
bedlegerig 
to lay down, to place, to put, to put down, to lay, to set {ww.}
doen 
zetten 
stellen
plaatsen 
steken
leggen 
stoppen 

I laid
you laid
he/she/it laid

ik deed
jij deed
hij/zij/het deed
» meer vervoegingen van doen

I can put things in a box.
Ik kan dingen in een doos steken.
In May, all birds lay an egg.
In mei leggen alle vogeltjes een ei.
to lay {ww.}
leggen 
vlijen
neerleggen 

I laid
you laid
he/she/it laid

ik legde
jij legde
hij/zij/het legde
» meer vervoegingen van leggen

to put off, to take off, to lay, to put down {ww.}
afdoen
afleggen 
afzetten 
uitdoen
uitkrijgen
uittrekken

I laid
you laid
he/she/it laid

ik deed af
jij deed af
hij/zij/het deed af
» meer vervoegingen van afdoen

laid up {bn.}
bedlegerig
to lay {ww.}
leggen

I laid
you laid
he/she/it laid

ik legde
jij legde
hij/zij/het legde
» meer vervoegingen van leggen

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
leggen
rusten
neerleggen
voorleggen
deponeren

I laid
you laid
he/she/it laid

ik legde
jij legde
hij/zij/het legde
» meer vervoegingen van leggen

to lay, to put down, to repose {ww.}
platleggen

I laid
you laid
he/she/it laid

ik legde plat
jij legde plat
hij/zij/het legde plat
» meer vervoegingen van platleggen

to lay, to put down, to repose {ww.}
aanleggen

I laid
you laid
he/she/it laid

ik legde aan
jij legde aan
hij/zij/het legde aan
» meer vervoegingen van aanleggen

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
aanzetten

I laid
you laid
he/she/it laid

ik zette aan
jij zette aan
hij/zij/het zette aan
» meer vervoegingen van aanzetten

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
leggen

I laid
you laid
he/she/it laid

ik legde
jij legde
hij/zij/het legde
» meer vervoegingen van leggen

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
stellen
plaatsen

I laid
you laid
he/she/it laid

ik stelde
jij stelde
hij/zij/het stelde
» meer vervoegingen van stellen

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
opstellen

I laid
you laid
he/she/it laid

ik stelde op
jij stelde op
hij/zij/het stelde op
» meer vervoegingen van opstellen

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
steken

I laid
you laid
he/she/it laid

ik stak
jij stak
hij/zij/het stak
» meer vervoegingen van steken

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
doen
stoppen
steken

I laid
you laid
he/she/it laid

ik deed
jij deed
hij/zij/het deed
» meer vervoegingen van doen


Gerelateerd aan laid up

bed-ridden - confined to one's bed - lay down - place - put - put down - lay - set - put off - take off - pose - position - reposediseased - bring forth - lay - apply - unlock - displace - stand - dig