Vertaling van to survive

Inhoud:

Engels
Nederlands
to survive {ww.}
overleven

I survive
you survive
we survive

ik overleef
jij overleeft
wij overleven
» meer vervoegingen van overleven

Without water, we can not survive.
Zonder water kunnen we niet overleven.
A poet can survive everything but a misprint.
Een dichter kan alles overleven, behalve een drukfout.
to outlive, to survive {ww.}
overleven

I survive
you survive
we survive

ik overleef
jij overleeft
wij overleven
» meer vervoegingen van overleven

to experience, to live through, to survive, to undergo, to weather {ww.}
ondergaan
doorleven
doormaken
beleven 

I survive
you survive
we survive

ik onderga
jij ondergaat
wij ondergaan
» meer vervoegingen van ondergaan

to support, to survive {ww.}
onderhouden 
in leven houden

I survive
you survive
we survive

ik onderhoud
jij onderhoudt
wij onderhouden
» meer vervoegingen van onderhouden

to endure, to go, to hold out, to hold up, to last, to live, to live on, to survive {ww.}
voortleven

I survive
you survive
we survive

ik leef voort
jij leeft voort
wij leven voort
» meer vervoegingen van voortleven

to endure, to go, to hold out, to hold up, to last, to live, to live on, to survive {ww.}
leven

I survive
you survive
we survive

ik leef
jij leeft
wij leven
» meer vervoegingen van leven

Live and let live.
Leven en laten leven.
We live in peace.
We leven in vrede.
to come through, to make it, to pull round, to pull through, to survive {ww.}
overleven

I survive
you survive
we survive

ik overleef
jij overleeft
wij overleven
» meer vervoegingen van overleven

to endure, to go, to hold out, to hold up, to last, to live, to live on, to survive {ww.}
I live on the bottom floor.
Ik woon gelijkvloers.
What floor do you live on?
Op welke verdieping woont ge?
to exist, to live, to subsist, to survive {ww.}
bestaan
leven

I survive
you survive
we survive

ik besta
jij bestaat
wij bestaan
» meer vervoegingen van bestaan

to exist, to live, to subsist, to survive {ww.}
overblijven

I survive
you survive
we survive

ik blijf over
jij blijft over
wij blijven over
» meer vervoegingen van overblijven

to come through, to make it, to pull round, to pull through, to survive {ww.}
overleven

I survive
you survive
we survive

ik overleef
jij overleeft
wij overleven
» meer vervoegingen van overleven



Gerelateerd aan to survive

survive - outlive - experience - live through - undergo - weather - support - endure - go - hold out - hold up - last - live - live on - come throughbear on - be - exceed - exist - keep - remain - abide - endure