Vertaling van bekwamen
bekwamen {ww.}
ik bekwaam
jij bekwaamt
hij/zij/het bekwaamt
ik leid op
jij leidt op
hij/zij/het leidt op
» meer vervoegingen van opleiden
bekwamen
aanwennen {ww.}
ik leer aan
jij leert aan
hij/zij/het leert aan
ik leer aan
jij leert aan
hij/zij/het leert aan
» meer vervoegingen van aanleren
verkrijgen
bekomen
beërven {ww.}
ik beërfde
jij beërfde
hij/zij/het beërfde
ik kreeg
jij kreeg
hij/zij/het kreeg
» meer vervoegingen van krijgen
leiden
uitdraaien
bekomen
uitvallen
resulteren
uitmonden
uitpakken
uitlopen {ww.}
ik bekwam
jij bekwam
hij/zij/het bekwam
ik viel
jij viel
hij/zij/het viel
» meer vervoegingen van vallen
bijkomen
bekomen {ww.}
ik bekwam
jij bekwam
hij/zij/het bekwam
ik recupereerde
jij recupereerde
hij/zij/het recupereerde
» meer vervoegingen van recupereren
ik bekwam
jij bekwam
hij/zij/het bekwam
ik bekwam
jij bekwam
hij/zij/het bekwam
» meer vervoegingen van bekomen