Vertaling van bekwamen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
opleiden, bekwamen {ww.}
opleiden
bekwamen {ww.}

ik bekwaam
jij bekwaamt
hij/zij/het bekwaamt

ik leid op
jij leidt op
hij/zij/het leidt op
» meer vervoegingen van opleiden

aanleren, bekwamen, aanwennen {ww.}
aanleren
bekwamen
aanwennen {ww.}

ik leer aan
jij leert aan
hij/zij/het leert aan

ik leer aan
jij leert aan
hij/zij/het leert aan
» meer vervoegingen van aanleren

Kunt ge mij het stelen aanleren?
Kunt ge mij het stelen aanleren?
krijgen, verkrijgen, bekomen, beërven {ww.}
krijgen
verkrijgen
bekomen
beërven {ww.}

ik beërfde
jij beërfde
hij/zij/het beërfde

ik kreeg
jij kreeg
hij/zij/het kreeg
» meer vervoegingen van krijgen

Hoeveel eieren kon je gisteren krijgen?
Hoeveel eieren kon je gisteren krijgen?
Kan ik iets te eten krijgen?
Kan ik iets te eten krijgen?
vallen, leiden, uitdraaien, bekomen, uitvallen, resulteren, uitmonden, uitpakken, uitlopen {ww.}
vallen
leiden
uitdraaien
bekomen
uitvallen
resulteren
uitmonden
uitpakken
uitlopen {ww.}

ik bekwam
jij bekwam
hij/zij/het bekwam

ik viel
jij viel
hij/zij/het viel
» meer vervoegingen van vallen

Ik ben bang dat de dingen verkeerd zullen uitdraaien.
Ik ben bang dat de dingen verkeerd zullen uitdraaien.
Laat vallen.
Laat vallen.
recupereren, bijkomen, bekomen {ww.}
recupereren
bijkomen
bekomen {ww.}

ik bekwam
jij bekwam
hij/zij/het bekwam

ik recupereerde
jij recupereerde
hij/zij/het recupereerde
» meer vervoegingen van recupereren

bekomen {ww.}
bekomen {ww.}

ik bekwam
jij bekwam
hij/zij/het bekwam

ik bekwam
jij bekwam
hij/zij/het bekwam
» meer vervoegingen van bekomen