Vertaling van opgeven

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
opgeven, uitvallen, afstand doen van {ww.}
opgeven
uitvallen
afstand doen van {ww.}

ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven

ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
» meer vervoegingen van opgeven

Ik wil niet opgeven.
Ik wil niet opgeven.
Hij zou niet zonder verzet opgeven.
Hij zou niet zonder verzet opgeven.
opgeven, afleggen, prijsgeven {ww.}
opgeven
afleggen
prijsgeven {ww.}

ik zal afleggen
jij zult afleggen
hij/zij/het zal afleggen

ik zal opgeven
jij zult opgeven
hij/zij/het zal opgeven
» meer vervoegingen van opgeven

Ik moet volgende week een examen opnieuw afleggen.
Ik moet volgende week een examen opnieuw afleggen.
Wij zouden willen dat we geen examen moesten afleggen in het Engels.
Wij zouden willen dat we geen examen moesten afleggen in het Engels.
opgeven
opgeven
zeggen, opgeven {ww.}
zeggen
opgeven {ww.}

ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven

ik zal zeggen
ik zou zeggen
jij zult zeggen
» meer vervoegingen van zeggen

Sommigen zeggen dit, en anderen zeggen dat.
Sommigen zeggen dit, en anderen zeggen dat.
Hij kan zoiets zeggen.
Hij kan zoiets zeggen.
verliezen, opgeven, kwijtraken, verspelen, verbeuren {ww.}
verliezen
opgeven
kwijtraken
verspelen
verbeuren {ww.}

ik zal kwijtraken
ik zou kwijtraken
jij zult kwijtraken

ik zal verliezen
ik zou verliezen
jij zult verliezen
» meer vervoegingen van verliezen

Ik wil mijn ideeën niet kwijtraken, zelfs als sommige ervan een beetje extreem zijn.
Ik wil mijn ideeën niet kwijtraken, zelfs als sommige ervan een beetje extreem zijn.
Je kan niet verliezen.
Je kan niet verliezen.
opgeven, aanmelden {ww.}
opgeven
aanmelden {ww.}

ik zal aanmelden
jij zult aanmelden
hij/zij/het zal aanmelden

ik zal opgeven
jij zult opgeven
hij/zij/het zal opgeven
» meer vervoegingen van opgeven

opgeven, belasten, opdragen {ww.}
opgeven
belasten
opdragen {ww.}

ik zal belasten
ik zou belasten
jij zult belasten

ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
» meer vervoegingen van opgeven

opgeven {ww.}
opgeven {ww.}

ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven

ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
» meer vervoegingen van opgeven

opgeven {ww.}
opgeven {ww.}

ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven

ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
» meer vervoegingen van opgeven

opgeven {ww.}
opgeven {ww.}

ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven

ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
» meer vervoegingen van opgeven

verlaten, opgeven, loslaten, prijsgeven, abandonneren {ww.}
verlaten
opgeven
loslaten
prijsgeven
abandonneren {ww.}

ik zal abandonneren
ik zou abandonneren
jij zult abandonneren

ik zal verlaten
ik zou verlaten
jij zult verlaten
» meer vervoegingen van verlaten

Ik moet je verlaten.
Ik moet je verlaten.
Ik zal u nooit verlaten.
Ik zal u nooit verlaten.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik wil niet opgeven.

Ik wil niet opgeven.

Hij zou niet zonder verzet opgeven.

Hij zou niet zonder verzet opgeven.