Vertaling van opgeven
uitvallen
afstand doen van {ww.}
ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
» meer vervoegingen van opgeven
afleggen
prijsgeven {ww.}
ik zal afleggen
jij zult afleggen
hij/zij/het zal afleggen
ik zal opgeven
jij zult opgeven
hij/zij/het zal opgeven
» meer vervoegingen van opgeven
opgeven {ww.}
ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
ik zal zeggen
ik zou zeggen
jij zult zeggen
» meer vervoegingen van zeggen
opgeven
kwijtraken
verspelen
verbeuren {ww.}
ik zal kwijtraken
ik zou kwijtraken
jij zult kwijtraken
ik zal verliezen
ik zou verliezen
jij zult verliezen
» meer vervoegingen van verliezen
aanmelden {ww.}
ik zal aanmelden
jij zult aanmelden
hij/zij/het zal aanmelden
ik zal opgeven
jij zult opgeven
hij/zij/het zal opgeven
» meer vervoegingen van opgeven
belasten
opdragen {ww.}
ik zal belasten
ik zou belasten
jij zult belasten
ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
» meer vervoegingen van opgeven
ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
» meer vervoegingen van opgeven
ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
» meer vervoegingen van opgeven
ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
ik zal opgeven
ik zou opgeven
jij zult opgeven
» meer vervoegingen van opgeven
opgeven
loslaten
prijsgeven
abandonneren {ww.}
ik zal abandonneren
ik zou abandonneren
jij zult abandonneren
ik zal verlaten
ik zou verlaten
jij zult verlaten
» meer vervoegingen van verlaten
Voorbeelden in zinsverband
Ik wil niet opgeven.
Ik wil niet opgeven.
Hij zou niet zonder verzet opgeven.
Hij zou niet zonder verzet opgeven.