Vertaling van belasten

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
belasten {ww.}
belasten {ww.}

ik belast
jij belast
hij/zij/het belast

ik belast
jij belast
hij/zij/het belast
» meer vervoegingen van belasten

veraccijnzen, belasten, belasting heffen op, aanslaan {ww.}
veraccijnzen
belasten
belasting heffen op
aanslaan {ww.}

ik sla aan
jij slaat aan
hij/zij/het slaat aan

ik veraccijns
jij veraccijnst
hij/zij/het veraccijnst
» meer vervoegingen van veraccijnzen

laden, inladen, belasten, beladen {ww.}
laden
inladen
belasten
beladen {ww.}

ik belaad
jij belaadt
hij/zij/het belaadt

ik laad
jij laadt
hij/zij/het laadt
» meer vervoegingen van laden

De laden van de archiefkast staan open.
De laden van de archiefkast staan open.
aanvaarden, opnemen, verplichten, aannemen, belasten {ww.}
aanvaarden
opnemen
verplichten
aannemen
belasten {ww.}

ik neem aan
jij neemt aan
hij/zij/het neemt aan

ik aanvaard
jij aanvaardt
hij/zij/het aanvaardt
» meer vervoegingen van aanvaarden

Ik kan deze theorie niet aanvaarden.
Ik kan deze theorie niet aanvaarden.
Tom wist niet hoe Mary's liefde en tederheid te aanvaarden.
Tom wist niet hoe Mary's liefde en tederheid te aanvaarden.
rusten, drukken, belasten {ww.}
rusten
drukken
belasten {ww.}

ik belast
jij belast
hij/zij/het belast

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust
» meer vervoegingen van rusten

Hij moest rusten.
Hij moest rusten.
Ik ga wat rusten.
Ik ga wat rusten.
opgeven, belasten, opdragen {ww.}
opgeven
belasten
opdragen {ww.}

ik belast
jij belast
hij/zij/het belast

ik geef op
jij geeft op
hij/zij/het geeft op
» meer vervoegingen van opgeven

Ik wil niet opgeven.
Ik wil niet opgeven.
Hij zou niet zonder verzet opgeven.
Hij zou niet zonder verzet opgeven.
aanslaan, fiscaliseren, belasten {ww.}
aanslaan
fiscaliseren
belasten {ww.}

ik sla aan
jij slaat aan
hij/zij/het slaat aan

ik sla aan
jij slaat aan
hij/zij/het slaat aan
» meer vervoegingen van aanslaan

debiteren, belasten {ww.}
debiteren
belasten {ww.}

ik belast
jij belast
hij/zij/het belast

ik debiteer
jij debiteert
hij/zij/het debiteert
» meer vervoegingen van debiteren