Vertaling van verkeer
verband
verstandhouding
verhouding
omgang
betrekking {zn.}
passage {zn.}
omgang {zn.}
ik verkeer
jij verkeert
hij/zij/het verkeert
ik verkeer
jij verkeert
hij/zij/het verkeert
» meer vervoegingen van verkeren
verkeren
aanbelangen
betreffen
aangaan {ww.}
hij/zij/het belangt aan
zij belangen aan
ik ga aan
hij/zij/het verkeert
zij verkeren
ik verkeer
» meer vervoegingen van verkeren
verkeren
kenteren {ww.}
ik kenter
jij kentert
hij/zij/het kentert
ik verander
jij verandert
hij/zij/het verandert
» meer vervoegingen van veranderen
verkeren
bevinden {ww.}
ik bevind
jij bevindt
hij/zij/het bevindt
ik zit
jij zit
hij/zij/het zit
» meer vervoegingen van zitten
toeven
vertoeven
verwijlen
zijn
zitten
bevinden
wezen
ophouden
verkeren
uithangen {ww.}
ik bevind
jij bevindt
hij/zij/het bevindt
ik poos
jij poost
hij/zij/het poost
» meer vervoegingen van pozen
Voorbeelden in zinsverband
Ik hou niet van het verkeer.
Ik hou niet van het verkeer.
Als het aantal auto's toeneemt, neemt ook het verkeer toe.
Als het aantal auto's toeneemt, neemt ook het verkeer toe.
Je moet oppassen voor het verkeer als je de straat oversteekt.
Je moet oppassen voor het verkeer als je de straat oversteekt.
We zouden er moeten geraken als er niet te veel verkeer is.
We zouden er moeten geraken als er niet te veel verkeer is.
Ik was geschokt door het verkeer in Bangkok, maar reizigers vertelden me dat Taipei nog erger was.
Ik was geschokt door het verkeer in Bangkok, maar reizigers vertelden me dat Taipei nog erger was.
Uit liefde, gewoonte, mondeling verkeer en daden ontstaan vriendschappen
Uit liefde, gewoonte, mondeling verkeer en daden ontstaan vriendschappen