Vertaling van verkeer

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verkeer, verband, verstandhouding [v], verhouding [v], omgang [m], betrekking [v] {zn.}
verkeer
verband
verstandhouding [v]
verhouding [v]
omgang [m]
betrekking [v] {zn.}
Heb je een goede verstandhouding met je baas?
Heb je een goede verstandhouding met je baas?
Ik hou niet van het verkeer.
Ik hou niet van het verkeer.
verkeer, passage [v] {zn.}
verkeer
passage [v] {zn.}
Als het aantal auto's toeneemt, neemt ook het verkeer toe.
Als het aantal auto's toeneemt, neemt ook het verkeer toe.
Je moet oppassen voor het verkeer als je de straat oversteekt.
Je moet oppassen voor het verkeer als je de straat oversteekt.
verkeer [o] (het ~), omgang [m] (de ~) {zn.}
verkeer [o] (het ~)
omgang [m] (de ~) {zn.}
We zouden er moeten geraken als er niet te veel verkeer is.
We zouden er moeten geraken als er niet te veel verkeer is.
Ik was geschokt door het verkeer in Bangkok, maar reizigers vertelden me dat Taipei nog erger was.
Ik was geschokt door het verkeer in Bangkok, maar reizigers vertelden me dat Taipei nog erger was.
verkeer [o] (het ~) {zn.}
verkeer [o] (het ~) {zn.}
verkeren {ww.}
verkeren {ww.}

ik verkeer
jij verkeert
hij/zij/het verkeert

ik verkeer
jij verkeert
hij/zij/het verkeert
» meer vervoegingen van verkeren

zich verhouden, verkeren, aanbelangen, betreffen, aangaan {ww.}
zich verhouden
verkeren
aanbelangen
betreffen
aangaan {ww.}

hij/zij/het belangt aan
zij belangen aan
ik ga aan

hij/zij/het verkeert
zij verkeren
ik verkeer
» meer vervoegingen van verkeren

veranderen, verkeren, kenteren {ww.}
veranderen
verkeren
kenteren {ww.}

ik kenter
jij kentert
hij/zij/het kentert

ik verander
jij verandert
hij/zij/het verandert
» meer vervoegingen van veranderen

Moeten we de vlag veranderen?
Moeten we de vlag veranderen?
Ik wil mijn leven veranderen.
Ik wil mijn leven veranderen.
zitten, verkeren, bevinden {ww.}
zitten
verkeren
bevinden {ww.}

ik bevind
jij bevindt
hij/zij/het bevindt

ik zit
jij zit
hij/zij/het zit
» meer vervoegingen van zitten

Alle bussen zitten vol.
Alle bussen zitten vol.
Nee, ga zitten.
Nee, ga zitten.
pozen, toeven, vertoeven, verwijlen, zijn, zitten, bevinden, wezen, ophouden, verkeren, uithangen {ww.}
pozen
toeven
vertoeven
verwijlen
zijn
zitten
bevinden
wezen
ophouden
verkeren
uithangen {ww.}

ik bevind
jij bevindt
hij/zij/het bevindt

ik poos
jij poost
hij/zij/het poost
» meer vervoegingen van pozen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik hou niet van het verkeer.

Ik hou niet van het verkeer.

Als het aantal auto's toeneemt, neemt ook het verkeer toe.

Als het aantal auto's toeneemt, neemt ook het verkeer toe.

Je moet oppassen voor het verkeer als je de straat oversteekt.

Je moet oppassen voor het verkeer als je de straat oversteekt.

We zouden er moeten geraken als er niet te veel verkeer is.

We zouden er moeten geraken als er niet te veel verkeer is.

Ik was geschokt door het verkeer in Bangkok, maar reizigers vertelden me dat Taipei nog erger was.

Ik was geschokt door het verkeer in Bangkok, maar reizigers vertelden me dat Taipei nog erger was.

Uit liefde, gewoonte, mondeling verkeer en daden ontstaan vriendschappen

Uit liefde, gewoonte, mondeling verkeer en daden ontstaan vriendschappen