Vertaling van showed
I showed
you showed
he/she/it showed
ik spreidde tentoon
jij spreidde tentoon
hij/zij/het spreidde tentoon
» meer vervoegingen van tentoonspreiden
manifesteren
I showed
you showed
he/she/it showed
ik manifesteerde
jij manifesteerde
hij/zij/het manifesteerde
» meer vervoegingen van manifesteren
I showed
you showed
he/she/it showed
ik uitte
jij uitte
hij/zij/het uitte
» meer vervoegingen van uiten
aanwijzen
I showed
you showed
he/she/it showed
ik wees
jij wees
hij/zij/het wees
» meer vervoegingen van wijzen
I showed
you showed
he/she/it showed
ik wees
jij wees
hij/zij/het wees
» meer vervoegingen van wijzen
I showed
you showed
he/she/it showed
ik wees uit
jij wees uit
hij/zij/het wees uit
» meer vervoegingen van uitwijzen
I showed
you showed
he/she/it showed
ik toonde
jij toonde
hij/zij/het toonde
» meer vervoegingen van tonen
getuigen
tonen
I showed
you showed
he/she/it showed
ik spreidde tentoon
jij spreidde tentoon
hij/zij/het spreidde tentoon
» meer vervoegingen van tentoonspreiden
I showed
you showed
he/she/it showed
ik sprak
jij sprak
hij/zij/het sprak
» meer vervoegingen van spreken
I showed
you showed
he/she/it showed
ik maakte waar
jij maakte waar
hij/zij/het maakte waar
» meer vervoegingen van waarmaken
attenderen
I showed
you showed
he/she/it showed
ik wees
jij wees
hij/zij/het wees
» meer vervoegingen van wijzen
I showed
you showed
he/she/it showed
ik leidde rond
jij leidde rond
hij/zij/het leidde rond
» meer vervoegingen van rondleiden
I showed
you showed
he/she/it showed
ik schilderde af
jij schilderde af
hij/zij/het schilderde af
» meer vervoegingen van afschilderen
I showed
you showed
he/she/it showed
ik patenteerde
jij patenteerde
hij/zij/het patenteerde
» meer vervoegingen van patenteren
bewijzen
betuigen
I showed
you showed
he/she/it showed
ik betoonde
jij betoonde
hij/zij/het betoonde
» meer vervoegingen van betonen
hardmaken
aantonen
staven
I showed
you showed
he/she/it showed
ik bewees
jij bewees
hij/zij/het bewees
» meer vervoegingen van bewijzen
tentoonstellen
I showed
you showed
he/she/it showed
ik exposeerde
jij exposeerde
hij/zij/het exposeerde
» meer vervoegingen van exposeren
I showed
you showed
he/she/it showed
ik vertoonde
jij vertoonde
hij/zij/het vertoonde
» meer vervoegingen van vertonen
I showed
you showed
he/she/it showed
ik sprak in
jij sprak in
hij/zij/het sprak in
» meer vervoegingen van inspreken
Voorbeelden in zinsverband
Nobody showed up today.
Er is niemand gekomen vandaag.
Anger showed on his face.
Woede tekende zich af op zijn gezicht.
That boy showed no fear.
Die jongen toonde geen angst.
She showed him my picture.
Ze liet hem mijn foto zien.
I showed her my room.
Ik heb haar mijn kamer getoond.
I showed my room to her.
Ik heb haar mijn kamer getoond.
He showed me his photograph album.
Hij liet me zijn fotoalbum zien.
DNA tests showed he was innocent.
Uit DNA-tests bleek dat hij onschuldig was.
They showed the scene in slow motion.
Ze lieten de scène vertraagd zien.
He showed his photograph album to me.
Hij liet me zijn fotoalbum zien.
Tom showed her the letter from Santa Claus.
Tom liet haar de brief van de Kerstman zien.
Only ten people showed up for the party.
Er zijn maar tien mensen opgedaagd voor het feest.
My sister showed a new watch to me.
Mijn zus liet me een nieuw horloge zien.