Vertaling van showed

Inhoud:

Engels
Nederlands
to show, to indicate, to point out, to demonstrate, to display, to manifest {ww.}
laten zien
tentoonspreiden
tonen
vertonen
wijzen 
uitwijzen

I showed
you showed
he/she/it showed

ik spreidde tentoon
jij spreidde tentoon
hij/zij/het spreidde tentoon
» meer vervoegingen van tentoonspreiden

to demonstrate, to manifest, to show {ww.}
laten blijken
manifesteren

I showed
you showed
he/she/it showed

ik manifesteerde
jij manifesteerde
hij/zij/het manifesteerde
» meer vervoegingen van manifesteren

to evince, to express, to show {ww.}
uiten

I showed
you showed
he/she/it showed

ik uitte
jij uitte
hij/zij/het uitte
» meer vervoegingen van uiten

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen
aanwijzen

I showed
you showed
he/she/it showed

ik wees
jij wees
hij/zij/het wees
» meer vervoegingen van wijzen

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen

I showed
you showed
he/she/it showed

ik wees
jij wees
hij/zij/het wees
» meer vervoegingen van wijzen

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
uitwijzen

I showed
you showed
he/she/it showed

ik wees uit
jij wees uit
hij/zij/het wees uit
» meer vervoegingen van uitwijzen

to show {ww.}
tonen

I showed
you showed
he/she/it showed

ik toonde
jij toonde
hij/zij/het toonde
» meer vervoegingen van tonen

to show {ww.}
tentoonspreiden
getuigen
tonen

I showed
you showed
he/she/it showed

ik spreidde tentoon
jij spreidde tentoon
hij/zij/het spreidde tentoon
» meer vervoegingen van tentoonspreiden

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
spreken

I showed
you showed
he/she/it showed

ik sprak
jij sprak
hij/zij/het sprak
» meer vervoegingen van spreken

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
waarmaken

I showed
you showed
he/she/it showed

ik maakte waar
jij maakte waar
hij/zij/het maakte waar
» meer vervoegingen van waarmaken

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen
attenderen

I showed
you showed
he/she/it showed

ik wees
jij wees
hij/zij/het wees
» meer vervoegingen van wijzen

Could you show me the way to the port?
Kunt u mij de weg naar de haven wijzen?
to evince, to express, to show {ww.}
rondleiden

I showed
you showed
he/she/it showed

ik leidde rond
jij leidde rond
hij/zij/het leidde rond
» meer vervoegingen van rondleiden

to depict, to picture, to render, to show {ww.}
afschilderen

I showed
you showed
he/she/it showed

ik schilderde af
jij schilderde af
hij/zij/het schilderde af
» meer vervoegingen van afschilderen

to read, to record, to register, to show {ww.}
patenteren

I showed
you showed
he/she/it showed

ik patenteerde
jij patenteerde
hij/zij/het patenteerde
» meer vervoegingen van patenteren

to evince, to express, to show {ww.}
betonen
bewijzen
betuigen

I showed
you showed
he/she/it showed

ik betoonde
jij betoonde
hij/zij/het betoonde
» meer vervoegingen van betonen

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
bewijzen
hardmaken
aantonen
staven

I showed
you showed
he/she/it showed

ik bewees
jij bewees
hij/zij/het bewees
» meer vervoegingen van bewijzen

Can you prove it?
Kunt u dat bewijzen?
She is trying to prove the existence of ghosts.
Zij probeert het bestaan van geesten te bewijzen.
to demo, to demonstrate, to exhibit, to present, to show {ww.}
exposeren
tentoonstellen

I showed
you showed
he/she/it showed

ik exposeerde
jij exposeerde
hij/zij/het exposeerde
» meer vervoegingen van exposeren

to show {ww.}
vertonen

I showed
you showed
he/she/it showed

ik vertoonde
jij vertoonde
hij/zij/het vertoonde
» meer vervoegingen van vertonen

to read, to record, to register, to show {ww.}
inspreken

I showed
you showed
he/she/it showed

ik sprak in
jij sprak in
hij/zij/het sprak in
» meer vervoegingen van inspreken



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Nobody showed up today.

Er is niemand gekomen vandaag.

Anger showed on his face.

Woede tekende zich af op zijn gezicht.

That boy showed no fear.

Die jongen toonde geen angst.

She showed him my picture.

Ze liet hem mijn foto zien.

I showed her my room.

Ik heb haar mijn kamer getoond.

I showed my room to her.

Ik heb haar mijn kamer getoond.

He showed me his photograph album.

Hij liet me zijn fotoalbum zien.

DNA tests showed he was innocent.

Uit DNA-tests bleek dat hij onschuldig was.

They showed the scene in slow motion.

Ze lieten de scène vertraagd zien.

He showed his photograph album to me.

Hij liet me zijn fotoalbum zien.

Tom showed her the letter from Santa Claus.

Tom liet haar de brief van de Kerstman zien.

Only ten people showed up for the party.

Er zijn maar tien mensen opgedaagd voor het feest.

My sister showed a new watch to me.

Mijn zus liet me een nieuw horloge zien.