Betekenis van:
gebieden

gebieden
Werkwoord
  • een dwingende opdracht geven
"De nieuwe heerser gebood hen alle wapens in te leveren."
gebieden
Werkwoord
  • commanderen; opdragen; gelasten; bevelen; laten nakomen; bevel geven; opdragen
"iemand gebieden [harder te werken]"
"het fatsoen gebiedt mij [te zwijgen]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

gebieden
Werkwoord
  • vergen; vereisen; vereisen, kosten; vergen

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

gebied (het ~ | meervoud gebieden)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaald stuk grond
"onontgonnen gebied"
"achtergebleven/onderontwikkeld gebied"

Hyperoniemen

Hyponiemen

gebied (het ~ | meervoud gebieden)
Zelfstandig naamwoord
  • macht; territorium
"het gebied van een vorst"
"het gebied der Nederlanden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen