Vertaling van show-off

Inhoud:

Engels
Nederlands
attitudinizer, poseur, exhibitionist, show-off {zn.}
toneelspeler [m] (de ~)
poseur
kwast  [m] (de ~)
komediespeler
komediant
aansteller  [m] (de ~)
to show, to indicate, to point out, to demonstrate, to display, to manifest {ww.}
laten zien
tentoonspreiden
tonen
vertonen
wijzen 
uitwijzen

I show
you show
we show

ik spreid tentoon
jij spreidt tentoon
wij spreiden tentoon
» meer vervoegingen van tentoonspreiden

to demonstrate, to manifest, to show {ww.}
laten blijken
manifesteren

I show
you show
we show

ik manifesteer
jij manifesteert
wij manifesteren
» meer vervoegingen van manifesteren

exhibitionist, show-off {zn.}
uitsloverij
exhibitionist, show-off {zn.}
levenmaker
praatjesmaker [m] (de ~)
lawaaimaker [m] (de ~)
lawaaischopper
herrieschopper [m] (de ~)
herriemaker
breedbekkikker
branieschopper [m] (de ~)
druktemaker [m] (de ~)
to show {ww.}
vertonen

I show
you show
we show

ik vertoon
jij vertoont
wij vertonen
» meer vervoegingen van vertonen

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen
aanwijzen

I show
you show
we show

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

to evince, to express, to show {ww.}
betonen
bewijzen
betuigen

I show
you show
we show

ik betoon
jij betoont
wij betonen
» meer vervoegingen van betonen

to show {ww.}
tonen

I show
you show
we show

ik toon
jij toont
wij tonen
» meer vervoegingen van tonen

to show {ww.}
tentoonspreiden
getuigen
tonen

I show
you show
we show

ik spreid tentoon
jij spreidt tentoon
wij spreiden tentoon
» meer vervoegingen van tentoonspreiden

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
spreken

I show
you show
we show

ik spreek
jij spreekt
wij spreken
» meer vervoegingen van spreken

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
uitwijzen

I show
you show
we show

ik wijs uit
jij wijst uit
wij wijzen uit
» meer vervoegingen van uitwijzen

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
waarmaken

I show
you show
we show

ik maak waar
jij maakt waar
wij maken waar
» meer vervoegingen van waarmaken

to evince, to express, to show {ww.}
rondleiden

I show
you show
we show

ik leid rond
jij leidt rond
wij leiden rond
» meer vervoegingen van rondleiden

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen
attenderen

I show
you show
we show

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

Could you show me the way to the port?
Kunt u mij de weg naar de haven wijzen?
to depict, to picture, to render, to show {ww.}
afschilderen

I show
you show
we show

ik schilder af
jij schildert af
wij schilderen af
» meer vervoegingen van afschilderen

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
bewijzen
hardmaken
aantonen
staven

I show
you show
we show

ik bewijs
jij bewijst
wij bewijzen
» meer vervoegingen van bewijzen

Can you prove it?
Kunt u dat bewijzen?
She is trying to prove the existence of ghosts.
Zij probeert het bestaan van geesten te bewijzen.
to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen

I show
you show
we show

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

to read, to record, to register, to show {ww.}
patenteren

I show
you show
we show

ik patenteer
jij patenteert
wij patenteren
» meer vervoegingen van patenteren

to demo, to demonstrate, to exhibit, to present, to show {ww.}
tentoonstellen
exposeren

I show
you show
we show

ik stel tentoon
jij stelt tentoon
wij stellen tentoon
» meer vervoegingen van tentoonstellen

to evince, to express, to show {ww.}
uiten

I show
you show
we show

ik uit
jij uit
wij uiten
» meer vervoegingen van uiten

to read, to record, to register, to show {ww.}
inspreken

I show
you show
we show

ik spreek in
jij spreekt in
wij spreken in
» meer vervoegingen van inspreken