Vertaling van rust

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
rust, stilte, kalmte, rustigheid [v] {zn.}
rust
stilte
kalmte
rustigheid [v] {zn.}
De mannen keken Jessie in stilte aan.
De mannen keken Jessie in stilte aan.
Rust in vrede.
Rust in vrede.
rust {zn.}
rust {zn.}
Laat me met rust!
Laat me met rust!
Laat me met rust.
Laat me met rust.
rust, pauze {zn.}
rust
pauze {zn.}
Laten we een korte pauze nemen.
Laten we een korte pauze nemen.
Teveel rust is roest.
Teveel rust is roest.
rust, kalmte, gerustheid [v], rustigheid [v], bedaardheid [v] {zn.}
rust
kalmte
gerustheid [v]
rustigheid [v]
bedaardheid [v] {zn.}
Laat me alsjeblieft met rust.
Laat me alsjeblieft met rust.
rust, stilte, stilzwijgen {zn.}
rust
stilte
stilzwijgen {zn.}
rusten {ww.}
rusten {ww.}

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust
» meer vervoegingen van rusten

rusten, drukken, belasten {ww.}
rusten
drukken
belasten {ww.}

ik belast
jij belast
hij/zij/het belast

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust
» meer vervoegingen van rusten

Hij moest rusten.
Hij moest rusten.
Ik ga wat rusten.
Ik ga wat rusten.
rusten, leggen, neerleggen, voorleggen, deponeren {ww.}
rusten
leggen
neerleggen
voorleggen
deponeren {ww.}

ik deponeer
jij deponeert
hij/zij/het deponeert

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust
» meer vervoegingen van rusten

Laten wij even rusten.
Laten wij even rusten.
Moge hij rusten in vrede!
Moge hij rusten in vrede!
rusten {ww.}
rusten {ww.}

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust
» meer vervoegingen van rusten

Na gedane arbeid is het goed rusten.
Na gedane arbeid is het goed rusten.
bronzen, keveren, knorren, maffen, pitten, slapen, snurken, slapend, meuren, rusten {ww.}
bronzen
keveren
knorren
maffen
pitten
slapen
snurken
slapend
meuren
rusten {ww.}

ik brons
jij bronst
hij/zij/het bronst

ik brons
jij bronst
hij/zij/het bronst
» meer vervoegingen van bronzen

rusten {ww.}
rusten {ww.}

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust
» meer vervoegingen van rusten

wapenen, rusten {ww.}
wapenen
rusten {ww.}

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust

ik wapen
jij wapent
hij/zij/het wapent
» meer vervoegingen van wapenen

rusten {ww.}
rusten {ww.}

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust
» meer vervoegingen van rusten



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Rust in vrede.

Rust in vrede.

Laat me met rust!

Laat me met rust!

Laat me met rust.

Laat me met rust.

Teveel rust is roest.

Teveel rust is roest.

Laat me alsjeblieft met rust.

Laat me alsjeblieft met rust.

Terwijl hij rust, luistert hij naar muziek.

Terwijl hij rust, luistert hij naar muziek.

Kon je mij niet gewoon met rust laten?

Kon je mij niet gewoon met rust laten?

Voeg geen zinnen toe uit bronnen waar auteursrecht op rust.

Voeg geen zinnen toe uit bronnen waar auteursrecht op rust.

Rust is het beste medicijn

Rust is het beste medicijn

Heilige Heer Jezus, geef hun rust

Heilige Heer Jezus, geef hun rust

Wat in rust is, niet verstoren", "Geen slapende honden wakker maken

Wat in rust is, niet verstoren", "Geen slapende honden wakker maken