Betekenis van:
schatten

schatten
Werkwoord
  • ''naar waarde ~'': op prijs stellen
"De bijdragen van alle gebruikers van het woordenboek horen naar waarde geschat te worden."
schatten
Werkwoord
  • Bij benadering een waarde voor iets geven
"Ik schatte hem zo'n jaar of vijftig."
schatten
Werkwoord
  • vanuit een beperkte steekproef een getalswaarde bepalen die een parameter van de verdeling ervan zo goed mogelijk benadert
"Met een steekproefgemiddelde kan het gemiddelde het meest efficiënt geschat worden, maar de mediaan van de streekproef is een robuustere waarde."
schatten
Werkwoord
  • houden voor
"ik schat dat de kans op een finaleplaats nu wel verkeken is"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schat (de ~ | meervoud schatten)
Zelfstandig naamwoord
  • iets dat erg waardevol is voor iemand
"gezondheid is je grootste schat"

Hyperoniemen

schat (de ~ | meervoud schatten)
Zelfstandig naamwoord
  • geliefd persoon; geliefde; geliefde; geliefde; geliefde; koosnaampje; koosnaampje; geliefde
"een lieve schat"
"een schat van [een kind]"

Synoniemen

Hyperoniemen

schat (de ~ | meervoud schatten)
Zelfstandig naamwoord
  • zeer grote hoeveelheid
"een schat aan [informatie/gegevens/materiaal]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Weinig schatten zijn zoveel waard als een vriend.
  2. het schatten van de blootstelling;
  3. software voor het schatten van de variantie;
  4. deskundig advies om de behoefte aan opleiding en hoger onderwijs, zowel op nationaal als regionaal niveau, in te schatten,
  5. De NRI’s moeten de stijgende kosten schatten die nodig zijn om toegang te verlenen tot de betrokken faciliteiten.
  6. In de praktijk kunnen de volgende waarden worden gebruikt om de voortzetting van de indexcijfers te schatten:
  7. Wanneer de lidstaten geen gegevens over de statistische waarde van de goederen verzamelen, schatten zij deze waarde.
  8. Voor het schatten van de marktprijs van eigen-vermogensinstrumenten waarvoor geen waarneembare prijzen bestaan kunnen contante-waardetechnieken worden gebruikt.
  9. De infrastructuurbeheerder moet een methode hanteren voor het schatten van het aantal minuten afwijking van de geplande handovertijd tussen infrastructuurbeheerders.
  10. Dit betekent dat de bestuurder in staat moet zijn in te schatten welke mate van aandacht nodig is voor zowel de rijtaak als de secundaire taken.
  11. Derhalve moeten de diverse momenteel bekende gegevens worden geanalyseerd om de precieze situatie van de markt voor visserijproducten in het eerste halfjaar 2000 in te schatten.
  12. De Franse autoriteiten schatten dat de exploitatie van Le Levant van 1999 tot 25 juli 2001 ten minste tien banen aan de wal heeft opgeleverd [44].
  13. De Commissie beschikte evenmin over voldoende informatie om de optie betreffende het behoud van de zelfstandigheid op waarde te kunnen schatten.
  14. Het was derhalve niet mogelijk in te schatten hoeveel vissers op dat ogenblik konden profiteren van de bestaande belastingvoordelen voor vissers.
  15. Met andere woorden, het was voor de kopers onmogelijk om de eventuele gevolgen van de staatssteun voor HSY in te schatten.