Vertaling van espouse

Inhoud:

Engels
Nederlands
to support, to sustain, to countenance, to espouse, to maintain, to uphold, to second, to back, to stand by, to back up {ww.}
ondersteunen
steunen
schragen
ruggesteunen
schoren
dragen 

I espouse
you espouse
we espouse

ik ondersteun
jij ondersteunt
wij ondersteunen
» meer vervoegingen van ondersteunen

I dared to support his opinion.
Ik heb het aangedurfd zijn mening te steunen.
There are merits and demerits to both your opinions so I'm not going to decide right away which to support.
Er kleven voor- en nadelen aan allebei je meningen, ik ga dus niet meteen besluiten welke te ondersteunen.
to adopt, to espouse, to follow {ww.}
adopteren 
zich eigen maken
aannemen 

I espouse
you espouse
we espouse

ik adopteer
jij adopteert
wij adopteren
» meer vervoegingen van adopteren

The couple decided to adopt an orphan.
Het paar besloot een wees te adopteren.
Since they had no children of their own, they decided to adopt a little girl.
Daar zij zelf geen kinderen hadden, besloten ze een klein meisje te adopteren.
to adopt, to embrace, to espouse, to sweep up {ww.}
aanvegen

I espouse
you espouse
we espouse

ik veeg aan
jij veegt aan
wij vegen aan
» meer vervoegingen van aanvegen

to adopt, to embrace, to espouse, to sweep up {ww.}
omhelzen
omarmen

I espouse
you espouse
we espouse

ik omhels
jij omhelst
wij omhelzen
» meer vervoegingen van omhelzen

to conjoin, to espouse, to get hitched with, to get married, to hook up with, to marry, to wed {ww.}
trouwen
huwen

I espouse
you espouse
we espouse

ik trouw
jij trouwt
wij trouwen
» meer vervoegingen van trouwen

She decided to get married to Tom.
Ze besloot met Tom te trouwen.
Will you marry me?
Wil je met me trouwen?
to conjoin, to espouse, to get hitched with, to get married, to hook up with, to marry, to wed {ww.}
trouwen
huwen

I espouse
you espouse
we espouse

ik trouw
jij trouwt
wij trouwen
» meer vervoegingen van trouwen

I want to marry you.
Ik wil met je trouwen.
At about what age do the Japanese marry?
Rond welke leeftijd trouwen Japanners?
to adopt, to embrace, to espouse, to sweep up {ww.}
opvegen

I espouse
you espouse
we espouse

ik veeg op
jij veegt op
wij vegen op
» meer vervoegingen van opvegen

to conjoin, to espouse, to get hitched with, to get married, to hook up with, to marry, to wed {ww.}
trouwen

I espouse
you espouse
we espouse

ik trouw
jij trouwt
wij trouwen
» meer vervoegingen van trouwen

He promised to marry her.
Hij beloofde met haar te trouwen.
to conjoin, to espouse, to get hitched with, to get married, to hook up with, to marry, to wed {ww.}
uithuwelijken

I espouse
you espouse
we espouse

ik huwelijk uit
jij huwelijkt uit
wij huwelijken uit
» meer vervoegingen van uithuwelijken

to adopt, to embrace, to espouse, to sweep up {ww.}
omhelzen

I espouse
you espouse
we espouse

ik omhels
jij omhelst
wij omhelzen
» meer vervoegingen van omhelzen

to adopt, to embrace, to espouse, to sweep up {ww.}
omstrengelen

I espouse
you espouse
we espouse

ik omstrengel
jij omstrengelt
wij omstrengelen
» meer vervoegingen van omstrengelen


Gerelateerd aan espouse

support - sustain - countenance - maintain - uphold - second - back - stand by - back up - adopt - follow - embrace - sweep up - conjoin - get hitched withbroom - remove - accept - pledge - induct - distribute - bosom