Vertaling van val
valstrik
slag {zn.}
valkuil
valknip {zn.}
volant
strook {zn.}
verzakking
daling {zn.}
vallen {ww.}
ik sneuvel
jij sneuvelt
hij/zij/het sneuvelt
ik sneuvel
jij sneuvelt
hij/zij/het sneuvelt
» meer vervoegingen van sneuvelen
afvallen
neervallen
verschieten {ww.}
ik val af
jij valt af
hij/zij/het valt af
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
» meer vervoegingen van vallen
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
» meer vervoegingen van vallen
ressorteren {ww.}
ik ressorteer
jij ressorteert
hij/zij/het ressorteert
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
» meer vervoegingen van vallen
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
» meer vervoegingen van vallen
komen
geraken
raken
treden {ww.}
ik geraak
jij geraakt
hij/zij/het geraakt
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
» meer vervoegingen van vallen
uitlopen
uitpakken
vallen
uitmonden
resulteren
uitvallen
leiden
bekomen {ww.}
ik bekom
jij bekomt
hij/zij/het bekomt
ik draai uit
jij draait uit
hij/zij/het draait uit
» meer vervoegingen van uitdraaien
sneven
vallen {ww.}
ik sneuvel
jij sneuvelt
hij/zij/het sneuvelt
ik sneuvel
jij sneuvelt
hij/zij/het sneuvelt
» meer vervoegingen van sneuvelen
bliksemen
duvelen
kletteren
kukelen
neerkletteren
ploffen
sodemieteren
lazeren
mieteren
donderen
flikkeren {ww.}
ik bliksem
jij bliksemt
hij/zij/het bliksemt
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
» meer vervoegingen van vallen
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
» meer vervoegingen van vallen
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
» meer vervoegingen van vallen
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
» meer vervoegingen van vallen
ergeren
storen {ww.}
ik erger
jij ergert
hij/zij/het ergert
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
» meer vervoegingen van vallen
mogen {ww.}
ik mag
jij mag
hij/zij/het mag
ik val
jij valt
hij/zij/het valt
» meer vervoegingen van vallen
Voorbeelden in zinsverband
"Val!" riep hij toen hij haar herkende.
"Val!" riep hij toen hij haar herkende.
Val niet voor één van zijn oude truuks.
Val niet voor één van zijn oude truuks.
De olie maakte de vloer glad en veroorzaakte zijn plotse val.
De olie maakte de vloer glad en veroorzaakte zijn plotse val.
Ik val maar meteen met de deur in huis. Je bent ontslagen.
Ik val maar meteen met de deur in huis. Je bent ontslagen.
Voor hoogmoedigen verandert roem snel in schande", "Hoogmoed komt voor de val
Voor hoogmoedigen verandert roem snel in schande", "Hoogmoed komt voor de val