Vertaling van carried

Inhoud:

Engels
Nederlands
to carry, to wear, to bear, to wash {ww.}
brengen 
dragen 
voeren 
voorhebben

I carried
you carried
he/she/it carried

ik bracht
jij bracht
hij/zij/het bracht
» meer vervoegingen van brengen

to carry, to transport {ww.}
transporteren
vervoeren

I carried
you carried
he/she/it carried

ik transporteerde
jij transporteerde
hij/zij/het transporteerde
» meer vervoegingen van transporteren

to carry, to transport {ww.}
verschepen

I carried
you carried
he/she/it carried

ik verscheepte
jij verscheepte
hij/zij/het verscheepte
» meer vervoegingen van verschepen

to carry, to transport {ww.}
deporteren

I carried
you carried
he/she/it carried

ik deporteerde
jij deporteerde
hij/zij/het deporteerde
» meer vervoegingen van deporteren

to carry, to transport {ww.}
dragen

I carried
you carried
he/she/it carried

ik droeg
jij droeg
hij/zij/het droeg
» meer vervoegingen van dragen

Shall I carry your coat?
Zal ik uw jas dragen?
I can't carry this suitcase by myself.
Ik kan deze koffer niet zelf dragen.
to carry, to dribble {ww.}
dribbelen

I carried
you carried
he/she/it carried

ik dribbelde
jij dribbelde
hij/zij/het dribbelde
» meer vervoegingen van dribbelen

to carry, to transport {ww.}
meedragen

I carried
you carried
he/she/it carried

ik droeg mee
jij droeg mee
hij/zij/het droeg mee
» meer vervoegingen van meedragen

to carry, to transport {ww.}
aandragen

I carried
you carried
he/she/it carried

ik droeg aan
jij droeg aan
hij/zij/het droeg aan
» meer vervoegingen van aandragen

to carry, to transport {ww.}
afsjouwen

I carried
you carried
he/she/it carried

ik sjouwde af
jij sjouwde af
hij/zij/het sjouwde af
» meer vervoegingen van afsjouwen

to carry, to convey, to express {ww.}
uitknijpen
uitdrukken

I carried
you carried
he/she/it carried

ik kneep uit
jij kneep uit
hij/zij/het kneep uit
» meer vervoegingen van uitknijpen

to bear, to carry, to contain, to hold {ww.}
bevatten

I carried
you carried
he/she/it carried

ik bevatte
jij bevatte
hij/zij/het bevatte
» meer vervoegingen van bevatten

to carry, to dribble {ww.}
druppelen

I carried
you carried
he/she/it carried

ik druppelde
jij druppelde
hij/zij/het druppelde
» meer vervoegingen van druppelen

to carry, to pack, to take {ww.}
dragen

I carried
you carried
he/she/it carried

ik droeg
jij droeg
hij/zij/het droeg
» meer vervoegingen van dragen

to carry, to extend {ww.}
dragen

I carried
you carried
he/she/it carried

ik droeg
jij droeg
hij/zij/het droeg
» meer vervoegingen van dragen

to carry {ww.}
meebrengen

I carried
you carried
he/she/it carried

ik bracht mee
jij bracht mee
hij/zij/het bracht mee
» meer vervoegingen van meebrengen



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He carried out the plan.

Hij voerde het plan uit.

He carried her luggage to the train.

Hij droeg haar bagage naar de trein.

He carried a knife or something similar.

Hij droeg een mes of iets dergelijks.

Experiments are carried out in a laboratory.

Experimenten worden in een laboratorium uitgevoerd.

They saw the boy carried away to the hospital.

Ze zagen het jongetje weggedragen worden naar het ziekenhuis.

I prefer walking to being carried in a vehicle.

Ik ga liever te voet dan in een voertuig vervoerd te worden.

What is learned in the cradle is carried to the tomb.

Jong geleerd is oud gedaan.

We carried a map with us in case we should lose our way.

We hadden een kaart bij ons voor het geval we verdwaalden.


Gerelateerd aan carried

carry - wear - bear - wash - transport - dribble - convey - express - contain - hold - pack - take - extenddisplace - get off - bear away - hold - carry - bring - lug - squeeze - empty - have - rain - stretch - cause