Vertaling van hechten
plakken
lijmen {ww.}
ik hecht
jij hecht
hij/zij/het hecht
ik hecht
jij hecht
hij/zij/het hecht
» meer vervoegingen van hechten
dichtnaaien {ww.}
ik naai dicht
jij naait dicht
hij/zij/het naait dicht
ik hecht
jij hecht
hij/zij/het hecht
» meer vervoegingen van hechten
vastzetten {ww.}
ik hecht
jij hecht
hij/zij/het hecht
ik hecht
jij hecht
hij/zij/het hecht
» meer vervoegingen van hechten
ik hecht
jij hecht
hij/zij/het hecht
ik hecht
jij hecht
hij/zij/het hecht
» meer vervoegingen van hechten
toekennen {ww.}
ik hecht
jij hecht
hij/zij/het hecht
ik hecht
jij hecht
hij/zij/het hecht
» meer vervoegingen van hechten
ik hecht
jij hecht
hij/zij/het hecht
ik hecht
jij hecht
hij/zij/het hecht
» meer vervoegingen van hechten
vastzetten
vastmaken
hechten
vasthechten {ww.}
ik bevestig
jij bevestigt
hij/zij/het bevestigt
ik bevestig
jij bevestigt
hij/zij/het bevestigt
» meer vervoegingen van bevestigen
hechten
vastzitten {ww.}
ik hang
jij hangt
hij/zij/het hangt
ik hang
jij hangt
hij/zij/het hangt
» meer vervoegingen van hangen
geven
hechten {ww.}
ik geef
jij geeft
hij/zij/het geeft
ik houd
jij houdt
hij/zij/het houdt
» meer vervoegingen van houden