Vertaling van did
I did
you did
he/she/it did
ik maakte
jij maakte
hij/zij/het maakte
» meer vervoegingen van maken
deugen
I did
you did
he/she/it did
ik deugde
jij deugde
hij/zij/het deugde
» meer vervoegingen van deugen
kappen
I did
you did
he/she/it did
ik friseerde
jij friseerde
hij/zij/het friseerde
» meer vervoegingen van friseren
I did
you did
he/she/it did
ik speelde
jij speelde
hij/zij/het speelde
» meer vervoegingen van spelen
leiden
teweegbrengen
I did
you did
he/she/it did
ik veroorzaakte
jij veroorzaakte
hij/zij/het veroorzaakte
» meer vervoegingen van veroorzaken
I did
you did
he/she/it did
ik toiletteerde
jij toiletteerde
hij/zij/het toiletteerde
» meer vervoegingen van toiletteren
drijven
uitoefenen
I did
you did
he/she/it did
ik praktizeerde
jij praktizeerde
hij/zij/het praktizeerde
» meer vervoegingen van praktizeren
kappen
I did
you did
he/she/it did
ik coiffeerde
jij coiffeerde
hij/zij/het coiffeerde
» meer vervoegingen van coifferen
I did
you did
he/she/it did
ik redde
jij redde
hij/zij/het redde
» meer vervoegingen van redden
I did
you did
he/she/it did
ik presteerde
jij presteerde
hij/zij/het presteerde
» meer vervoegingen van presteren
I did
you did
he/she/it did
ik pleegde
jij pleegde
hij/zij/het pleegde
» meer vervoegingen van plegen
I did
you did
he/she/it did
ik beoefende
jij beoefende
hij/zij/het beoefende
» meer vervoegingen van beoefenen
gedragen
I did
you did
he/she/it did
ik deed
jij deed
hij/zij/het deed
» meer vervoegingen van doen
I did
you did
he/she/it did
ik kweekte
jij kweekte
hij/zij/het kweekte
» meer vervoegingen van kweken
I did
you did
he/she/it did
ik kaste
jij kaste
hij/zij/het kaste
» meer vervoegingen van kassen
Voorbeelden in zinsverband
Did you work yesterday?
Heb je gisteren gewerkt?
What did she say?
Wat zei ze?
Did Tom say anything?
Zei Tom iets?
What did Jean make?
Wat heeft Jean gemaakt?
Did you stand up?
Stond je op?
What did you buy?
Wat heb je gekocht?
How did Tom escape?
Hoe is Tom ontsnapt?
What did you answer?
Wat heb je geantwoord?
Did you study yesterday?
Hebt ge gisteren gestudeerd?
When did you get up?
Hoe laat ben je opgestaan?
Did you get her letter?
Heb je haar brief gekregen?
Where did you meet Tom?
Waar heb je Tom ontmoet?
When did you meet him?
Wanneer heb je hem ontmoet?
Why did he run away?
Waarom is hij weggelopen?
Did you write this book?
Hebt gij dit boek geschreven?