Vertaling van point out to be

Inhoud:

Engels
Nederlands
to point out to be, to appear, to display, to prove, to work out {ww.}
zich vertonen
blijken
to point, to sharpen, to taper {ww.}
scherpen
punten
bijpunten
aanpunten

I point
you point
we point

ik scherp
jij scherpt
wij scherpen
» meer vervoegingen van scherpen

May I sharpen my pencil?
Mag ik mijn potlood scherpen?
to point, to repoint {ww.}
invoegen
strijken
voegen

I point
you point
we point

ik voeg in
jij voegt in
wij voegen in
» meer vervoegingen van invoegen

to point, to sharpen, to taper {ww.}
instrijken

I point
you point
we point

ik strijk in
jij strijkt in
wij strijken in
» meer vervoegingen van instrijken

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
nawijzen

I point
you point
we point

ik wijs na
jij wijst na
wij wijzen na
» meer vervoegingen van nawijzen

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen
aanwijzen

I point
you point
we point

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

to charge, to level, to point {ww.}
landmeten

I point
you point
we point

ik meet land
jij meet land
wij meten land
» meer vervoegingen van landmeten

to channelise, to channelize, to direct, to guide, to head, to maneuver, to manoeuver, to manoeuvre, to point, to steer {ww.}
sturen

I point
you point
we point

ik stuur
jij stuurt
wij sturen
» meer vervoegingen van sturen

to channelise, to channelize, to direct, to guide, to head, to maneuver, to manoeuver, to manoeuvre, to point, to steer {ww.}
stevenen

I point
you point
we point

ik steven
jij stevent
wij stevenen
» meer vervoegingen van stevenen

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
spreken

I point
you point
we point

ik spreek
jij spreekt
wij spreken
» meer vervoegingen van spreken

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
richten

I point
you point
we point

ik richt
jij richt
wij richten
» meer vervoegingen van richten

to luff, to point {ww.}
loeven

I point
you point
we point

ik loef
jij loeft
wij loeven
» meer vervoegingen van loeven

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen

I point
you point
we point

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

to channelise, to channelize, to direct, to guide, to head, to maneuver, to manoeuver, to manoeuvre, to point, to steer {ww.}
loodsen

I point
you point
we point

ik loods
jij loodst
wij loodsen
» meer vervoegingen van loodsen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
beogen

I point
you point
we point

ik beoog
jij beoogt
wij beogen
» meer vervoegingen van beogen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
aansturen

I point
you point
we point

ik stuur aan
jij stuurt aan
wij sturen aan
» meer vervoegingen van aansturen

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen
attenderen

I point
you point
we point

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

to luff, to point {ww.}
oploeven

I point
you point
we point

ik loef op
jij loeft op
wij loeven op
» meer vervoegingen van oploeven

to channelise, to channelize, to direct, to guide, to head, to maneuver, to manoeuver, to manoeuvre, to point, to steer {ww.}
stevenen

I point
you point
we point

ik steven
jij stevent
wij stevenen
» meer vervoegingen van stevenen

to channelise, to channelize, to direct, to guide, to head, to maneuver, to manoeuver, to manoeuvre, to point, to steer {ww.}
vestigen

I point
you point
we point

ik vestig
jij vestigt
wij vestigen
» meer vervoegingen van vestigen

to charge, to level, to point {ww.}
mikken
richten

I point
you point
we point

ik mik
jij mikt
wij mikken
» meer vervoegingen van mikken

to bespeak, to betoken, to indicate, to point, to signal {ww.}
wijzen
duiden

I point
you point
we point

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen


Gerelateerd aan point out to be

appear - display - prove - work out - point - sharpen - taper - repoint - aim - direct - place - target - designate - indicate - showwhet - clear up - fill - apply - point - deride - gesticulate - encounter - control - assure - turn - go - sail - argue - accompany - assay - endeavor - drive - inform - navigate - bear down on - direct - adjust - entail