Vertaling van gain

Inhoud:

Engels
Nederlands
to gain, to put on weight {ww.}
zwaarder worden
aankomen 

I gain
you gain
we gain

ik kom aan
jij komt aan
wij komen aan
» meer vervoegingen van aankomen

gain, profit, advantage, benefit {zn.}
voordeel
winst 
profijt
gewin
belang  [o]
baat  [v]
In basketball, tall players have an advantage.
Lange spelers hebben een voordeel in basketbal.
If you can use gravity to your advantage, do so.
Als je de zwaartekracht in je voordeel kunt gebruiken, doe dat dan.
to earn, to gain, to win, to profit, to accrue {ww.}
winnen 
verdienen 
behalen 

I gain
you gain
we gain

ik win
jij wint
wij winnen
» meer vervoegingen van winnen

Which team will win?
Welk team zal winnen?
We work to earn money.
We werken om geld te verdienen.
to gain, to put on {ww.}
verdikken
aankomen

I gain
you gain
we gain

ik verdik
jij verdikt
wij verdikken
» meer vervoegingen van verdikken

to gain, to put on {ww.}
voorlopen

I gain
you gain
we gain

ik loop voor
jij loopt voor
wij lopen voor
» meer vervoegingen van voorlopen

to profit, to gain {ww.}
voordeel trekken uit
winst maken
profiteren

I gain
you gain
we gain

ik profiteer
jij profiteert
wij profiteren
» meer vervoegingen van profiteren

to acquire, to get, to obtain, to gain, to secure {ww.}
verkrijgen 
verwerven
behalen 
buitmaken

I gain
you gain
we gain

ik verkrijg
jij verkrijgt
wij verkrijgen
» meer vervoegingen van verkrijgen

Where can I obtain a map of Europe?
Waar kan ik een kaart van Europa verkrijgen?
benefit, gain, profit, win, advantage {zn.}
winst 
gewin
verdienste
baat  [v]
accession, acquisition, gain {zn.}
prooi 
buit [m]
acquest
aanwinst  [v]
to advance, to gain, to gain ground, to get ahead, to make headway, to pull ahead, to win {ww.}
vooruitkomen
voorkomen

I gain
you gain
we gain

ik kom vooruit
jij komt vooruit
wij komen vooruit
» meer vervoegingen van vooruitkomen

to advance, to gain {ww.}
winnen

I gain
you gain
we gain

ik win
jij wint
wij winnen
» meer vervoegingen van winnen

to bring in, to clear, to earn, to gain, to make, to pull in, to realise, to realize, to take in {ww.}
verdienen

I gain
you gain
we gain

ik verdien
jij verdient
wij verdienen
» meer vervoegingen van verdienen

to arrive at, to attain, to gain, to hit, to make, to reach {ww.}
bereiken

I gain
you gain
we gain

ik bereik
jij bereikt
wij bereiken
» meer vervoegingen van bereiken

to derive, to gain {ww.}
behalen
halen
boeken

I gain
you gain
we gain

ik behaal
jij behaalt
wij behalen
» meer vervoegingen van behalen

to advance, to gain {ww.}
aanwinnen

I gain
you gain
we gain

ik win aan
jij wint aan
wij winnen aan
» meer vervoegingen van aanwinnen

to bring in, to clear, to earn, to gain, to make, to pull in, to realise, to realize, to take in {ww.}
doen
opbrengen

I gain
you gain
we gain

ik doe
jij doet
wij doen
» meer vervoegingen van doen

to advance, to gain, to gain ground, to get ahead, to make headway, to pull ahead, to win {ww.}
inlopen

I gain
you gain
we gain

ik loop in
jij loopt in
wij lopen in
» meer vervoegingen van inlopen

to acquire, to gain, to win {ww.}
verwerven
verkrijgen
winnen
komen
nemen
scheppen

I gain
you gain
we gain

ik verwerf
jij verwerft
wij verwerven
» meer vervoegingen van verwerven