Vertaling van take place

Inhoud:

Engels
Nederlands
to locate, to place, to position, to set {ww.}
leggen 
plaatsen 
situeren
stationeren

I place
you place
we place

ik leg
jij legt
wij leggen
» meer vervoegingen van leggen

to lay down, to place, to put, to put down, to lay, to set {ww.}
leggen 
steken
plaatsen 
stellen
stoppen 
zetten 
doen 

I place
you place
we place

ik leg
jij legt
wij leggen
» meer vervoegingen van leggen

to attach, to put onto, to add, to append, to apply, to assign, to paste, to place {ww.}
aanzetten
voordoen

I place
you place
we place

ik zet aan
jij zet aan
wij zetten aan
» meer vervoegingen van aanzetten

to place, to post, to send, to station {ww.}
liggen

I place
you place
we place

ik lig
jij ligt
wij liggen
» meer vervoegingen van liggen

to place, to post, to send, to station {ww.}
posteren

I place
you place
we place

ik posteer
jij posteert
wij posteren
» meer vervoegingen van posteren

to place, to post, to send, to station {ww.}
detacheren

I place
you place
we place

ik detacheer
jij detacheert
wij detacheren
» meer vervoegingen van detacheren

to come about, to fall out, to go on, to hap, to happen, to occur, to pass, to pass off, to take place {ww.}
doorzeuren
to come about, to fall out, to go on, to hap, to happen, to occur, to pass, to pass off, to take place {ww.}
doorgaan
to come about, to fall out, to go on, to hap, to happen, to occur, to pass, to pass off, to take place {ww.}
voltrekken
executeren
to come about, to fall out, to go on, to hap, to happen, to occur, to pass, to pass off, to take place {ww.}
gebeuren
geschieden
omgaan
afspelen
passeren
That won't happen.
Dat zal niet gebeuren.
Most accidents happen near home.
De meeste ongelukken gebeuren dicht bij huis.
to grade, to order, to place, to range, to rank, to rate {ww.}
plaatsen

I place
you place
we place

ik plaats
jij plaatst
wij plaatsen
» meer vervoegingen van plaatsen

to identify, to place {ww.}
identificeren

I place
you place
we place

ik identificeer
jij identificeert
wij identificeren
» meer vervoegingen van identificeren

to commit, to invest, to place, to put {ww.}
investeren

I place
you place
we place

ik investeer
jij investeert
wij investeren
» meer vervoegingen van investeren

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
leggen

I place
you place
we place

ik leg
jij legt
wij leggen
» meer vervoegingen van leggen

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
steken

I place
you place
we place

ik steek
jij steekt
wij steken
» meer vervoegingen van steken

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
doen
stoppen
steken

I place
you place
we place

ik doe
jij doet
wij doen
» meer vervoegingen van doen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
richten

I place
you place
we place

ik richt
jij richt
wij richten
» meer vervoegingen van richten

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
stellen
plaatsen

I place
you place
we place

ik stel
jij stelt
wij stellen
» meer vervoegingen van stellen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
nawijzen

I place
you place
we place

ik wijs na
jij wijst na
wij wijzen na
» meer vervoegingen van nawijzen

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
aanzetten

I place
you place
we place

ik zet aan
jij zet aan
wij zetten aan
» meer vervoegingen van aanzetten

to grade, to order, to place, to range, to rank, to rate {ww.}
inschalen

I place
you place
we place

ik schaal in
jij schaalt in
wij schalen in
» meer vervoegingen van inschalen

to commit, to invest, to place, to put {ww.}
uitzetten
plaatsen

I place
you place
we place

ik zet uit
jij zet uit
wij zetten uit
» meer vervoegingen van uitzetten

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
aansturen

I place
you place
we place

ik stuur aan
jij stuurt aan
wij sturen aan
» meer vervoegingen van aansturen

to commit, to invest, to place, to put {ww.}
beleggen

I place
you place
we place

ik beleg
jij belegt
wij beleggen
» meer vervoegingen van beleggen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
beogen

I place
you place
we place

ik beoog
jij beoogt
wij beogen
» meer vervoegingen van beogen

to identify, to place {ww.}
identificeren

I place
you place
we place

ik identificeer
jij identificeert
wij identificeren
» meer vervoegingen van identificeren

The doctors use triage to identify urgent cases.
De artsen gebruiken triage om dringende gevallen te identificeren.
to localise, to localize, to place {ww.}
lokaliseren

I place
you place
we place

ik lokaliseer
jij lokaliseert
wij lokaliseren
» meer vervoegingen van lokaliseren

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
deponeren
voorleggen
leggen
neerleggen
rusten

I place
you place
we place

ik deponeer
jij deponeert
wij deponeren
» meer vervoegingen van deponeren

to identify, to place {ww.}
legitimeren

I place
you place
we place

ik legitimeer
jij legitimeert
wij legitimeren
» meer vervoegingen van legitimeren

to commit, to invest, to place, to put {ww.}
vastzetten
vastleggen

I place
you place
we place

ik zet vast
jij zet vast
wij zetten vast
» meer vervoegingen van vastzetten

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
opstellen

I place
you place
we place

ik stel op
jij stelt op
wij stellen op
» meer vervoegingen van opstellen


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

The match didn't take place.

De wedstrijd vond niet plaats.

The ceremony will take place tomorrow.

De ceremonie zal morgen plaatsvinden.

The wedding will take place next spring.

De bruiloft zal in het voorjaar plaatsvinden.


Gerelateerd aan take place

locate - place - position - set - lay down - put - put down - lay - attach - put onto - add - append - apply - assign - pasteabide - stand - billet - bear on - hen-peck - transpire - accomplish - assort - demonstrate - pass - lay - apply - dig - turn - displace - deride - unlock - domiciliate - drive - commit - assay - endeavor - measure