Vertaling van make-do

Inhoud:

Engels
Nederlands
make-do, makeshift, stopgap {zn.}
noodgreep [m] (de ~)
noodmaatregel [m] (de ~)
make-do, makeshift, stopgap {zn.}
lapmiddel [o] (het ~)
palliatief
noodoplossing [v] (de ~)
make-do, makeshift, stopgap {zn.}
noodverband [o] (het ~)
to bear down, to make {ww.}
koersen
stevenen
afstevenen

I make
you make
we make

ik koers
jij koerst
wij koersen
» meer vervoegingen van koersen

to cause, to get, to make, to render {ww.}
doen 
laten
laten doen
maken 

I make
you make
we make

ik doe
jij doet
wij doen
» meer vervoegingen van doen

to act, to do, to make, to perform, to carry out, to commit, to form, to reach, to render, to work, to wage {ww.}
maken 
aanmaken 
bedrijven 
doen 
uitbrengen
uitrichten
uitvoeren 

I make
you make
we make

ik maak
jij maakt
wij maken
» meer vervoegingen van maken

to get, to make {ww.}
lospeuteren

I make
you make
we make

ik peuter los
jij peutert los
wij peuteren los
» meer vervoegingen van lospeuteren

to cause, to do, to make {ww.}
kweken

I make
you make
we make

ik kweek
jij kweekt
wij kweken
» meer vervoegingen van kweken

to build, to construct, to make {ww.}
metselen

I make
you make
we make

ik metsel
jij metselt
wij metselen
» meer vervoegingen van metselen

to create, to make {ww.}
creëren

I make
you make
we make

ik creëer
jij creëert
wij creëren
» meer vervoegingen van creëren

to make, to score, to seduce {ww.}
bekoren

I make
you make
we make

ik bekoor
jij bekoort
wij bekoren
» meer vervoegingen van bekoren

to ca-ca, to crap, to defecate, to make, to shit, to stool, to take a crap, to take a shit {ww.}
poepen
beren
bouten
kakken
keutelen
ontlasten
schijten
uitpoepen
uitschijten
drukken
uitkakken
afgaan

I make
you make
we make

ik poep
jij poept
wij poepen
» meer vervoegingen van poepen

to build, to construct, to make {ww.}
timmeren

I make
you make
we make

ik timmer
jij timmert
wij timmeren
» meer vervoegingen van timmeren

to build, to construct, to make {ww.}
bebouwen

I make
you make
we make

ik bebouw
jij bebouwt
wij bebouwen
» meer vervoegingen van bebouwen

to cause, to do, to make {ww.}
plegen

I make
you make
we make

ik pleeg
jij pleegt
wij plegen
» meer vervoegingen van plegen

to cook, to fix, to make, to prepare, to ready {ww.}
prepareren

I make
you make
we make

ik prepareer
jij prepareert
wij prepareren
» meer vervoegingen van prepareren

to create, to make, to produce {ww.}
aanmaken

I make
you make
we make

ik maak aan
jij maakt aan
wij maken aan
» meer vervoegingen van aanmaken

to establish, to lay down, to make {ww.}
neervlijen

I make
you make
we make

ik vlij neer
jij vlijt neer
wij vlijen neer
» meer vervoegingen van neervlijen

to bring in, to clear, to earn, to gain, to make, to pull in, to realise, to realize, to take in {ww.}
doen
opbrengen

I make
you make
we make

ik doe
jij doet
wij doen
» meer vervoegingen van doen

to establish, to lay down, to make {ww.}
afleggen

I make
you make
we make

ik leg af
jij legt af
wij leggen af
» meer vervoegingen van afleggen

to give, to have, to hold, to make, to throw {ww.}
voeren
houden

I make
you make
we make

ik voer
jij voert
wij voeren
» meer vervoegingen van voeren

to build, to construct, to make {ww.}
bouwen

I make
you make
we make

ik bouw
jij bouwt
wij bouwen
» meer vervoegingen van bouwen

to create, to make {ww.}
aanrichten

I make
you make
we make

ik richt aan
jij richt aan
wij richten aan
» meer vervoegingen van aanrichten

to build, to construct, to make {ww.}
aanleggen
leggen

I make
you make
we make

ik leg aan
jij legt aan
wij leggen aan
» meer vervoegingen van aanleggen

to arrive at, to attain, to gain, to hit, to make, to reach {ww.}
bereiken

I make
you make
we make

ik bereik
jij bereikt
wij bereiken
» meer vervoegingen van bereiken

to bring in, to clear, to earn, to gain, to make, to pull in, to realise, to realize, to take in {ww.}
verdienen

I make
you make
we make

ik verdien
jij verdient
wij verdienen
» meer vervoegingen van verdienen

to establish, to lay down, to make {ww.}
afperken
vastleggen

I make
you make
we make

ik perk af
jij perkt af
wij perken af
» meer vervoegingen van afperken

to make, to score, to seduce {ww.}
veroveren

I make
you make
we make

ik verover
jij verovert
wij veroveren
» meer vervoegingen van veroveren

to cause, to do, to make {ww.}
veroorzaken
leiden
teweegbrengen

I make
you make
we make

ik veroorzaak
jij veroorzaakt
wij veroorzaken
» meer vervoegingen van veroorzaken

What trouble can she cause?
Welke moeilijkheden kan zij veroorzaken?
I don't want to cause a panic.
Ik wil geen paniek veroorzaken.
to make, to score, to seduce {ww.}
versieren

I make
you make
we make

ik versier
jij versiert
wij versieren
» meer vervoegingen van versieren

to create, to make, to produce {ww.}
creëren
scheppen

I make
you make
we make

ik creëer
jij creëert
wij creëren
» meer vervoegingen van creëren

You see, humans don't create time; if we did we'd never run out of it.
Weet je, mensen creëren geen tijd; als we dat wel deden, zou het nooit opraken.
The director of the school wants to close the canteen and create a new recreation room for the students.
De directeur van de school wil de kantine sluiten en een nieuwe recreatieruimte creëren voor de studenten.
to make, to make water, to micturate, to pass water, to pee, to pee-pee, to piddle, to piss, to puddle, to relieve oneself, to spend a penny, to take a leak, to urinate, to wee, to wee-wee {ww.}
piesen
pissen
sassen
urineren
wateren
plassen
zeiken

I make
you make
we make

ik pies
jij piest
wij piesen
» meer vervoegingen van piesen